Natuur en ecologie

De visie van Stadsdeel Oost is dat er zoveel mogelijk gestreefd moet worden naar ecologisch beheer in het groen. Om dit te realiseren op de sportparken wordt er  een éénduidig beleid gevoerd. Om te komen tot een duidelijk en herkenbaar ecologisch beleid, werken wij op de volgende manier en onderbouwen het alsvolgt: ecologie sport 5.JPGOnderbeplanting De bestaande onderbeplanting op de sportparken is voornamelijk bosplantsoen beplanting. Sterk en makkelijk te onderhouden en functioneel. Het onderhoud bestaat er nu uit het eens in de paar jaar terug te zetten en de takken te kraken of afvoeren. Om hier een meerwaarde voor de natuur aan te geven zou de volgende werkwijze gehanteerd moeten worden. - Gefaseerd snoeien maximaal 30 % per beplantingsstrook. Dit om de aanwezige fauna beschutting te geven. - Aanplanten andere soorten beplanting. Meer besdragende en meer doorndragende gewassen. Dit om het voedsel aanbod voor de fauna te vergroten en door de aanwezigheid van meer doorndragende struiken zal er meer beschutting ontstaan voor de kleine fauna. Ook moet er gedacht worden aan soorten die erg gewaardeerd worden door insecten. Dit om in een extra voedselbron te voorzien voor vogelsoorten. - 10 a 25% van de bestaande heesters verwijderen (oprooien) Dit om de overblijvende heesters meer ruimte geven om tot volle wasdom te komen. - Takkenrillen van gesnoeid hout in buitensingels maken over een afstand van 30-60 % Dit om de kleine fauna meer beschutting te geven. De takkenrillen moeten opgebouwd worden van klein naar groot .Dit houd in dat het dunne en lichte snoeisel onderin wordt geplaatst, het dikkere hout daar bovenop en helemaal bovenaan de doorndragende takken. Door het bevorderen van de groei van bramenstruiken in de takkenrillen zal het uitéén trekken van de takkenrillen worden tegen gegaan. Deze werkzaamheden moeten met voorkeur worden uitgevoerd eind najaar of winter periode. Dit i.v.m laatste voedsel periode van de klein fauna niet te verstoren in vroege voorjaar. Verschralen Om de beplanting zo arm mogelijk te houden moet er zo weinig mogelijk organische stof achter blijven in de beplanting stroken. Dus het blad en het (eventuele) haksel moet daarom zoveel mogelijk worden afgevoerd naar de daarvoor bestemde plekken bladhopen, hakselpaden of container. DSC_0036.JPGGraskanten Met de graskanten worden de boven kanten van de slootkanten bedoeld. Dit bestaat voor het grootste gedeelte uit gras. Het bestaande onderhoud is ongeveer acht keer per jaar maaien. Om het grasbestand meer variatie te geven kunnen we volstaan met het maaibeleid aan te passen. - Gefaseerd maaien. Graskanten in blokken verdelen die op verschillende tijdstippen worden gemaaid.Op deze manier zal er een groot gedeelte van het jaar graskanten in bloei staan. - In andere frequentie maaien. Door alle blokken maar één of twee keer per jaar te maaien zal de kruiden vegetatie zich aanzienlijk verrijken. - Maaisel afvoeren. Vier dagen na het maaien moet het maaisel worden afgevoerd. De reden hier van is dat als het maaisel het afgerijpte zaad heeft laten vallen het maaisel zich gaat om zetten in voeding, en dat moet verkomen worden. Oeverkanten ecologie sport 2.JPG Met de oeverkanten worden de schuine taluds naast de sloot bedoeld. Het huidige beheer is ongeveer 6 maal per jaar maaien. Om de vegetatie van de oever te verrijken moet het maaibeleid aan gepast worden. - Gefaseerd maaien. Slootkant in tweeën verdelen en op andere tijd stippen maaien - Maaifrequentie veranderen. Elk jaar de helft van de oevers maaien (elk jaar zelfde tijdstip) - Maaisel afvoeren. Het afgemaaide na vier dagen afvoeren. De reden hiervan is dat als het maaisel het afgerijpte zaad heeft laten vallen het maaisel zich gaat om zetten in voeding, en dat moet verkomen worden. Bomen Het huidige beleid is afhankelijk van het budget dat beschikbaar is. Er wordt nu gesnoeid per boom vorm. Het nieuwe beleid moet uitgaan van de hele omgeving. DSC_0092.JPGDe keuze norm moet nu zijn wat is de meerwaarde voor de hele beplantingstrook. Of zelfs de meerwaarde voor het hele sportpark. - Opkronen. Pleksgewijs Verwijderen van onderste takken om meer licht te brengen op graskanten waardoor andere vegetatie ontstaat. Pleksgewijs verwijderen van onderste takken om meer licht te krijgen in onder beplanting. - Bomen verwijderen. Pleksgewijs rooien van bomen ter bevordering van licht in de onderbeplanting Onkruidbestrijding Het huidige beleid is het bestrijden van onkruid met contact middelen op de verharding in de beplanting langs de hoofdpaden op de sportvelden. Voor de onkruid bestrijding op verharding en beplanting moet gezocht worden naar alternatieve methodes ,hier wordt al druk aan gewerkt er lopen op dit moment proeven met hoopvolle resultaten met milieu vriendelijke schoonmaakmiddelen. Voor de onkruidbestrijding in de velden is nog geen andere oplossing, dus hier zullen we voorlopig moeten door gaan met chemische bestrijding. Bemesting Een aantal jaren geleden is de afdeling buitenaccommodaties over gestapt op biologische bemesting hierdoor is het bodem leven verrijkt en is de groei van het gras verlengd met enkele weken. Door het gebruik van deze meststoffen is de vervuiling van het milieu een stuk terug gebracht. Aanleg Bij het aanleggen of herinrichten van stukken van het sportpark wordt nu weinig rekening gehouden met mogelijkheden voor het ecologische beheer. Bij de nieuwe aanpak moet hier meer rekening mee gehouden worden. Hierbij kan gedacht worden aan: - niet meer met rechte hoeken en lijnen werken van de beplanting. - Het schuiner en gevarieerder aanleggen van slootkanten. - Beplantingkeuze meer afstemmen op flora. Takkenrillen In de praktijk blijkt dat door het aan leggen van takkenrillen de populatie van kleine vogel soorten, (hierbij moet gedacht worden aan mus, vink, boomklevers, boomkruipers enz) sterk zal toe nemen. Ook de populatie van kleine kruipers (hierbij moet gedacht worden aan muis, marterachtige, hagedissen slang enz) zal toenemen. Deze toename van prooidieren zal tot gevolg hebben dat het aantal jagers(denkende aan buizerd, uil, valk enz.) meer mogelijkheden zal hebben om te overleven, wat tot gevolg kan hebben dat ook deze populatie zal toenemen - Takkenrillen van gesnoeid hout in buitensingels maken over een afstand van 30-60 % Dit om de kleine fauna meer beschutting te geven. - De takkenrillen moeten opgebouwd worden van klein naar groot .Dit houd in dat het dunne en lichte snoeisel onder in komt het dikkere hout daar bovenop gestapeld wordt en helemaal bovenaan komen de doorndragende takken. - Door het bevorderen van de groei van bramenstruiken in de takkenrillen zal het uitéén trekken van de takkenrillen worden tegen gegaan. Tevens is de braam een heel goede vlinder- en insect aantrekkende struik. Wat weer een goede voedsel bron is voor de vogels. Doodhout In het huidige beleid worden alle omgevallen en omgezaagde bomen verwijderd, hierdoor gaat een grote voedingsbron voor de natuur verloren. Dood hout het liefst zo groot mogelijk moet terug gebracht worden in de beplantingsstroken. De meerwaarde hiervan is dat er op het dode hout een nieuw leven van schimmels bacteriën en kruipende insecten zal ontstaan. Wat een natuurlijke verbetering van de grond structuur zal opleveren in de buurt van het dode hout. Tegelijkertijd zullen deze natuurlijke opruimers een voedingsbron vormen voor vele vogels en kleine kruipers wat deze populatie ook weer te goede zal komen. Dierenverblijven Op het ogenblik hangen er her en der verspreid wat vogelkasten. In het nieuwe beleid moet er gekeken worden naar de vraag van de natuur en de wens van de beheerder. Hierbij kan gedacht worden aan valkenkisten, hommelmuur, vleermuiskasten, egelhuizen enz. Werkzaamheden Door op deze manier te gaan werken zullen werkzaamheden veranderen en ook sommige tijdstippen van werkzaamheden. Snoeiwerkzaamheden moeteen bij voorkeur in de rust periode van de natuur gedaan worden dus eind van de herfst en/of in de winter. Het maaibeleid moet zo afgestemd worden dat elk jaar in dezelfde periode het zelfde stuk gemaaid moet worden. Bij één keer maaien zo laat mogelijk eind oktober of november. Bij twee keer maaien is er een keuze mogelijkheid één maal vroeg in maart/april ( dit voor het bevorderen van zomerbloeiers)en de tweede keer vroeg in oktober. Of de eerste keer later mei/juni (dit voor de bevordering van voorjaarbloeiers) en de tweede maai ronde eind oktober of november. Na elke maaironde moet het maaisel na vier dagen worden afgevoerd. Het afvoeren van blad zal voornamelijk in het najaar plaats vinden. Kijk ook op: Natuur, je beste buur!